Heavenletter 5509 De Ware Gedachten Waarvan Je Verlangt Dat Ze Van Jou Zijn / Donderdag 24 december 2015

 De Ware Gedachten Waarvan Je Verlangt Dat Ze Van Jou Zijn
Brief uit de Hemel
Donderdag 24 december 2015

God zei:

Ik heb je toevallig horen fluisteren, geen gebed, maar een besef dat met kracht jouw hart leek binnen te dringen, dat al zo lang aan het lijntje werd gehouden. Je zong:
“Geliefde God, U Die Zichzelf aan Ons heeft Nagelaten, U Die Weet Hoe je moet Liefhebben, U Wiens ogen Oplichten Als U Ons Ziet, Ik dank U voor Al Uw Geschenken aan Ons. Heilig Bent U, en Heilig-Makend Bent U. Ik wens heilig te zijn, niet als een Heilige, nee, helemaal niet – als een mens die er naar verlangt dichter bij U te zijn, God, en dichter en dichter bij totdat U Mij in Uw Innerlijke Binnenplaats brengt, en Ik in Eenheid leef met U.”
“Waar is mijn Kleinheid, de ik die ik dacht te zijn, gebleven? Ik maakte aanspraak op de troon. Nu, met Oneindig Geduld, heeft U de Pauwenveren van mij verwijderd, en hier ben ik, gesmolten in Boter, in U Geabsorbeerd, Eén met U. Terwijl ik op Aarde ben, blijf ik een lichaam dat U niet bent. Mijn lichaam is het Stoffelijke dat Stof wordt. Mijn Ziel is het Pure Licht van God.”

“Ego in de vorm van verwaandheid woont gewoon niet meer in dit lichaam. Ego kon simpelweg niet blijven in Uw Aanwezigheid. Ego moest uit mij, omdat ik, natuurlijk, alles moest overstijgen wat niet Uw Waarheid was, God. Ik moest vreugde binnenlaten door de Deur van mijn Hart en ik moest ego er uit laten. Ik zei “ga weg ego, weg”. Ego sloop naar buiten en ik, als Gods Pure Licht, ben achtergebleven.

“Dat Waarvan ik Eens Dacht dat het Mijn Zelf was, was een Ongewenste Gast, een Ontduiker, een Indringer, Een Laagje Vernis. De Indringer vertrok, en liet mij achter. Ik bleef achter in Gods Waarheid. Tot nu toe ben ik heel mijn leven overgenomen door illusie en verwoede activiteit. Nu ben ik een Danser van de Waarheid.”
“Ik zing: ‘De wolf is dood. De wolf is dood.’ De wolf is in ieder geval voor mij dood. De aaseter is verdwenen. Dat wat de buit al die tijd gevoerd heeft is vertrokken, en de Danser van de Waarheid is achtergebleven.”
“Ik ben zo in vreugde dat ik nauwelijks mijn oogleden omhoog kan doen. Het gespuis is weggegaan. Het lichaam is een omhulsel. Ik ben geen omhulsel. Het omhulsel verbergt mij niet langer voor mijn Zelf.”
“Ik weet niet hoe ik dit moet uitleggen. Ik hou zelfs van het ego dat moest vluchten. Het zong zijn lied. Nu is zijn stem verstild, en Uw stem omhult me en omhult de wereld. Ik ben niet langer geraffineerd. Ik ben teruggebracht in mijn originele onschuld. Ik kan nauwelijks spreken. Dit is nieuw voor mij, nieuw om een bloem te zijn die uitsluitend uit Gods Hart groeit, en verrijst in een onschuld die ik nauwelijks kan geloven. Alles in mij wat niet God was is zijn eigen gang gegaan. De persoon die ik was, was slechts een overblijfsel van mijn Oorspronkelijke Zelf. Ik ben nu Mijn Oorspronkelijke Zelf.”
“Kan ik mijn Zelf nu volhouden? Alleen mijn Hart, wat Uw Hart is God, blijft over. Ik ben een Ster in de Hemel. Ik ben het Licht dat Doorbreekt. Er zijn geen barrières meer. U, God, en ik zijn vermengd. Nee, niet vermengd – samengesmolten tot Eén. Te bedenken, dat We altijd Eén waren, en toch was ik er aan gewend om op de schouders van mijn ego te staan, en was ik als een zwerver, mijn handen uitreikend naar aalmoezen van de gebroken wereld.”
“Nu BEN IK. Nu BEN IK het Pure Zijn. Er is nauwelijks iets van mij over. Dit was altijd de Waarheid, toch was mijn aandacht omgeleid naar snuisterijen die ik juwelen noemde, maar die het niet waren. Nu ben ik gewoonweg hier, en dat is genoeg. Dit is alles wat ik wil, om hier met U te zijn. Dat is alles wat er is. Ik bedoel dat dit de Grootsheid is die er is.
Niet langer jaag ik achter datgene aan wat niet bestaat, dat wat uiteindelijk een paar kruimels zijn om het ego te voeden. Ik ben niet langer een voedingsbodem voor ego, en nu weet ik niet waar naar te verlangen, omdat ik in God ben, niet echt in God, meer als een bloeiende roos zonder doornen, meer als Goddelijkheid Zelf, meer als de Adem van God. Nu merk ik dat ik onafscheidelijk ben van God en God is onafscheidelijk van mij. Ja, dit moet Eenheid zijn. Het is zo simpel, het kan alleen maar zijn dat God mij dichter naar Hem en Zijn Indrukwekkende Kracht toegetrokken heeft.”
Ik antwoord jou. Ja, Ik verwelkomde je lang geleden. Voordat je het wist, was jij – de voormalige jij die je dacht dat je was – al begonnen te realiseren wat altijd al zo geweest is.
Vertaald door: Petra