Heavenletter 137: Gods Sterren / Gepubliceerd: 15 maart 2001 / 31 mei 2020

Heavenletter 137:
Gods Sterren
Gepubliceerd: 15 maart 2001 / 31 mei 2020

God zei:
Nu je weet dat Ik van je hou, heb je geen bewijs van liefde van anderen nodig. Je hebt geen bewijs van liefde van de wereld nodig. Wees geliefd.
Loop door het leven als iemand die geliefd is. Dan ben je Christus.
Christus wist wie en wat hij was. Daarom hoefde hij nergens om te vragen. Wat vroeg hij? Wat vroeg hij aan iemand om voor hem te doen of hem te bewijzen? Zijn enige verzoek was dat anderen naar Mij toe zouden komen en de vreugde zouden hebben Mij te kennen, dat van hem was.
Wat vroeg hij anders dan te geven? En wat hij wilde geven dat was Mij.
Wanneer zei hij: “Hmm, wat wil ik vandaag? Hoe voel ik me?
Wat is gepast voor mij vandaag? Wie heeft gisteren niet gedaan wat ik wilde? Wie staat mij vandaag in de weg?”
Iemand in vreugde denkt gewoon niet op deze manier.
Hij duwt die gedachten niet weg. Hij neemt geen standpunt in dat niet van hem is. Hij is met Mij, en dat is het. En dat is genoeg. Al het andere vervaagt daarnaast.

Ik zeg dat al het andere vervaagt. Het belang ervan vervaagt, maar het Licht is helderder omdat Mijn Licht wordt gezien.
Mijn Licht dat schijnt wordt gezien. En wat kan dat Licht anders zijn dan gereflecteerd? Er is hier geen inspanning.
Christus sleepte zichzelf in de ochtend niet uit bed en dacht na over alles wat hij moest bereiken. Helemaal niet. Hij had niets anders te bereiken dan Mij te volgen. En Ik volgde hem. Ik ging hem voor, en Ik volgde hem, en hij volgde Mijn baan, en zijn stap was vastberaden. En anderen volgden Mij via hem.
Wat was die heilige man dat de mensen hem vandaag de dag nog steeds naar Mij volgen? Hij was een heldere ster aan het firmament.
Hij verlichtte het universum en zijn licht brandt nog steeds.
Maar zijn licht was nooit van hem, begrijp je. Hij wist Wiens licht het was en de eeuwigheid ervan. Hij wist dat hij een bewegende ster was en dat Ik degene was die het bewoog.
Je denkt dat het verschil tussen jou en Christus enorm is. Het is het niet.
Ik zeg je dat het klein is. En het verschil wordt steeds kleiner.
Je gaat ergens heen. Je komt in het Licht. Licht dat Licht binnengaat.
Wat zijn de mogelijkheden? Hoeveel Licht gaat het Licht binnen?
Je stapt in Mijn Licht van waaruit je nooit meer weggaat.
Je mag verhuizen, je mag reizen, maar je verlaat het niet. Je neemt Mij overal mee naartoe.
Je dragen, voortbrengen maakt Mij gekend. Mijn Licht dat in jou schijnt en uitstraalt van jou, zal Mij gekend maken.
Jullie zijn de schijners van Mijn licht.
Jullie zijn verlichte sterren en sterren schijnen.
Vandaag verlicht je het universum.
Het was verdrietig door het mindere gezelschap.
Het heeft Mijn licht via jou nodig.
Alleen jij kunt het schijnen.
Wacht niet op een andere ster aan de horizon.
Jij bent de ster aan de horizon en jij rijst.
Je rijst naar Mij en allen kijken naar de helderheid van Mijn Licht dat binnenin jou schijnt. En wat het oog ziet, volgt het. Het pad van jouw ogen is jouw richting. Dat is jouw kaart. Jouw ogen zullen je leiden en jouw ogen gaan naar het Licht. En alles zal volgen waar jouw ogen ze naartoe brengen.
Ze volgen je nu. Anderen volgen je nu.
Iedereen volgt altijd iemand anders. Nu weet jij waar je heen gaat.
Niet langer zal je iemand anders volgen dan Mij.
Niet langer zal iemand je nog naar onzekerheid leiden.
Niet langer zal je iemand naar twijfel leiden.
Nu leid je anderen naar waar het Licht is, helder dag Licht, verlicht door veelvuldige Gods sterren.
VERTALING DOOR: ANJA
Afbeelding : Blingee