David Rasnick: Nieuwe Stam van het Coronavirus, of een Grote Oplichting?

David Rasnick: Nieuwe Stam van het Coronavirus, of een Grote Oplichting?

Hoe diep gaan de leugens?

door Jon Rappoport – 25 Januari 2021

David Rasnick, gepromoveerd chemicus, met een lange staat van dienst in de farmaceutische industrie (Abbott, Prototek, Arris), brak met de officiële wetenschap en was voorzitter van Rethinking AIDS: de groep voor de wetenschappelijke herwaardering van de HIV-hypothese. Hij was lid van het presidentiële AIDS-adviespanel van Zuid-Afrika.

Hier is een recente explosieve verklaring van Rasnick over SARS-CoV-2 en HIV. Het analyseren ervan levert een baanbrekende onthulling op:

“Virussen zijn onstabiel, RNA [b.v. SARS-Cov-2] virussen in het bijzonder. Ze zijn zo onstabiel dat er niet zoiets bestaat als een on-gemuteerd RNA-virus. Ze zijn als sneeuwvlokken, geen twee zijn identiek.”

“HIV is een RNA-virus met 9.800 nucleotiden. Je kunt het HIV Sequence Compendium hier downloaden:”

“In het voorwoord staat:”

“‘Het aantal [genetische] sequenties in de HIV-database neemt nog steeds toe. In totaal waren er eind 2017 812.586 sequenties in de HIV Sequence Database, een toename van 8,5% sinds het jaar daarvoor.”

“Geen van de sequenties van het wereld vernietigende [sarcasme], computer gegenereerde corona virus met zijn ongeveer 30.000 nucleotiden, zijn identiek.”

“De virusmaniakken gebruiken computers om de menagerie van sequenties te vergelijken om tot ‘Een Consensussequentie’ te komen voor HIV, Corona virus, en al de rest. De consensussequentie bestaat op twee plaatsen: in computers en in reeksen RNA gesynthetiseerd in het lab.”

“Zelfs consensussequenties zijn niet stabiel. Verschillende groepen, die verschillende computeralgoritmes gebruiken, komen steevast met verschillende ‘consensus sequenties’.”

De implicaties van Rasnicks verklaring zijn enorm.

Ten eerste, vergeet het idee dat SARS-Cov-2 één genetische sequentie heeft.

En deze meervoudige sequenties worden niet samengesteld door door een magische microscoop te kijken. Ze worden samengesteld door computerprogramma’s met vooraf ingestelde algoritmes.

Met andere woorden, de sequenties worden opgebouwd door veronderstellingen (geen bewijs) die in de algoritmen zijn ingebed.

Elk vaccin dat voor SARS-Cov-2 wordt ontwikkeld (zelfs als je gelooft in de theorie over hoe vaccins zouden moeten werken) zou tot taak hebben immuniteit op te wekken tegen een virus dat voortdurend muteert – niet slechts één gemuteerde stam, maar eindeloos veel mutaties.

Er zou sprake zijn van een analogie met de seizoensgriep, waarbij onderzoekers elk jaar een gok doen over hoe de nieuwe versie van het virus eruit zal zien en voor die gok een nieuw vaccin ontwikkelen.

Hoe goed werkt dit? Volksgezondheidsinstanties melden dat er elk jaar een MILJOEN gevallen van seizoensgriep zijn, wereldwijd.

Als de genetische sequenties van de steeds muterende virussen niet worden ontdekt, maar via computerprogramma’s worden samengesteld, hoe waarschijnlijk is het dan dat een vaccin op basis van die “gegevens” zou werken?

En op de bodem van al dit giswerk ligt natuurlijk het besef dat, als deze genetische sequenties zijn verzonnen – waar is het werkelijke geïsoleerde virus? WAAR IS HET BEWIJS DAT HET BESTAAT?

Waar is het, wanneer, zoals ik nu al maanden rapporteer, onderzoekers de betekenis van “geïsoleerd” verdraaien en martelen, zodat het betekent “het virus is ergens in een soep in een schaal in een lab” —definitief ON-geïsoleerd.

Dat is de “wetenschap” van de moderne virologie.

Maar maak u geen zorgen, wees blij, de test “voor het coronavirus” moet accuraat zijn, de aantallen gevallen en doden moeten accuraat zijn, en de daaruit voortvloeiende lockdowns die nationale economieën en honderden miljoenen levens verwoesten zijn noodzakelijk…toch?

Zeker. Waarom niet? Laten we zeggen dat het allemaal, in orde is. Iedereen kan weer gaan slapen en de tirannen de aardse beschaving laten afbreken.

OF, je kan in opstand komen tegen de politiestaat, gebouwd op een kaartenhuis, genaamd “wetenschap”.

In tegenstelling tot “het virus,” zijn vrijheid en onafhankelijkheid heel echt. Mensen kunnen ze voelen in hun botten, in hun geest en ziel. Zelfs en vooral als ze slaven zijn, kunnen ze ze voelen.

Nu we het toch hebben over het bestaan van een virus, hier is een artikel dat ik al verschillende keren heb gepost:

BESTAAT HIV? EEN EXPLOSIEF INTERVIEW

Voordat we naar het interview met Christine Johnson gaan, een beetje achtergrondinformatie.

Mijn eerste boek, AIDS INC., werd gepubliceerd in 1988. Het onderzoek dat ik toen deed vormde de basis voor mijn recente werk in het blootleggen van de enorme fraude genaamd COVID-19.

In 1987-88 werd mijn hoofdvraag uiteindelijk: veroorzaakt HIV AIDS? Maandenlang had ik klakkeloos aangenomen dat het voor de hand liggende antwoord ja was. Dit veroorzaakte een ravage in mijn onderzoek, omdat ik geconfronteerd werd met tegenstrijdigheden die ik niet kon oplossen.

In delen van Afrika bijvoorbeeld hadden mensen die chronisch ziek en stervende waren duidelijk geen duwtje nodig van een nieuw virus. Al hun “AIDS” aandoeningen en symptomen konden worden verklaard door hun omgeving: vervuilde watervoorraden; rioolwater dat direct in het drinkwater werd gepompt; ondervoeding in proteïne-calorieën; honger, uithongering; medische behandeling met immuno- suppressieve vaccins en medicijnen; giftige bestrijdingsmiddelen; vruchtbare landbouwgrond gestolen door bedrijven en regeringen; oorlogen; extreme armoede. Het virusverhaal verdoezelde in feite al deze voortdurende misdaden.

Tenslotte, in de zomer van 1987, vond ik verschillende onderzoekers die het idee verwierpen dat HIV AIDS veroorzaakte. Hun verslagen waren overtuigend.

Ik verkort hier een groot deel van mijn onderzoek van 1987-8, maar toen HIV voor mij eenmaal uit beeld was, vielen veel stukjes op hun plaats. Ik ontdekte dat in IEDERE groep die zogenaamd een “hoog risico” liep op AIDS, hun aandoeningen en symptomen volledig verklaard konden worden door factoren die niets te maken hadden met een nieuw virus.

AIDS was niet één aandoening. Het was een overkoepelend etiket, gebruikt om een aantal immunosuppressieve aandoeningen opnieuw te verpakken en de illusie te wekken van een nieuwe en unieke “pandemie”.

Enkele jaren na de publicatie van AIDS INC. werd ik mij bewust van een heel ander opkomend debat dat zich onder de oppervlakte van het onderzoek afspeelde: BESTAAT HIV?

Is het vermeende virus ooit echt ontdekt?

En die vraag leidde tot: wat is de juiste procedure voor het ontdekken van een nieuw virus?

Het volgende interview uit 1997, afgenomen door de briljante freelance journaliste, Christine Johnson, gaat in op deze vragen:

Hoe moeten onderzoekers bewijzen dat een bepaald virus bestaat? Hoe moeten zij het isoleren? Wat zijn de juiste stappen?

Deze vragen, en hun antwoorden, vormen de kern van het meeste ziekte-onderzoek–en toch, overweldigend, onderzoeken dokters ze nooit of overwegen ze het zelfs maar.

Johnson interviewt Dr. Eleni Papadopulos, “een biofysica en leider van een groep HIV/AIDS wetenschappers uit Perth in West Australië. In de afgelopen tien jaar en meer hebben zij en hun collega’s veel wetenschappelijke artikelen gepubliceerd waarin de HIV/AIDS hypothese in twijfel wordt getrokken…”

Hier publiceer en belicht ik fragmenten uit het interview. Technische kwesties worden besproken. Ze te begrijpen is niet de gemakkelijkste oefening die je ooit hebt gedaan, maar ik geloof dat de serieuze lezer de vitale essentie kan begrijpen.

CJ: Veroorzaakt HIV AIDS?

EP: Er is geen bewijs dat HIV AIDS veroorzaakt.

CJ: Waarom niet?

EP: Om vele redenen, maar de belangrijkste is dat er geen bewijs is dat HIV bestaat.

… CJ: Isoleerden Luc Montagnier en Robert Gallo [naar verluidt de mede-ontdekkers van HIV] HIV niet in het begin van de jaren tachtig?

EP: Nee. In de artikelen die door deze twee onderzoeksgroepen in Science zijn gepubliceerd, is er geen bewijs voor de isolatie van een retrovirus van AIDS-patiënten. [Er wordt gezegd dat HIV een retrovirus is].

CJ: Zij zeggen dat zij wel een virus hebben geïsoleerd.

EP: Onze interpretatie van de gegevens verschilt. Om het bestaan van een virus aan te tonen moet je drie dingen doen. Ten eerste moet je cellen kweken en een deeltje vinden waarvan je denkt dat het een virus is. Uiteraard moet dat deeltje er op zijn minst uitzien als een virus. Ten tweede moet je een methode bedenken om dat deeltje op zichzelf te krijgen, zodat je het in stukken kunt nemen en precies kunt analyseren waaruit het bestaat. Dan moet je bewijzen dat het deeltje getrouwe kopieën van zichzelf kan maken. Met andere woorden, dat het kan repliceren.

CJ: Kun je niet gewoon door een microscoop kijken en zeggen dat er een virus in de kweken zit?

EP: Nee, dat kun je niet. Niet alle deeltjes die op virussen lijken zijn ook virussen.

… CJ: Ik heb begrepen dat centrifugeren met hoge snelheid wordt gebruikt om monsters te maken die uitsluitend bestaan uit objecten met dezelfde dichtheid, een zogenaamd “met dichtheid gezuiverd monster”. Elektronenmicroscopie wordt gebruikt om te zien of deze met dichtheid gezuiverde monsters bestaan uit objecten die allemaal hetzelfde uiterlijk hebben — in dat geval is het monster een isolaat — en of dit uiterlijk overeenkomt met dat van een retrovirus, in termen van grootte, vorm, enzovoort. Als dit alles waar is, dan zijn er drie stappen in de procedure om een retroviraal isolaat te verkrijgen. (1) Je hebt een isolaat, en het isolaat bestaat uit objecten met dezelfde (2) dichtheid en (3) verschijningsvorm van een retrovirus. Dan moet je dit isolaat verder onderzoeken om te zien of de objecten in het isolaat reverse transcriptase [een enzym] bevatten en zich zullen vermenigvuldigen wanneer ze in nieuwe culturen worden geplaatst. Pas dan kun je met recht verklaren dat je een retroviraal isolaat hebt verkregen.

EP: Precies. Men ontdekte dat retrovirale deeltjes een fysische eigenschap hebben waardoor ze kunnen worden gescheiden van ander materiaal in celculturen. Die eigenschap is hun drijfvermogen, of dichtheid, en dit werd gebruikt om de deeltjes te zuiveren door middel van een proces dat centrifugatie met dichtheidsgradiënt wordt genoemd.

De technologie is ingewikkeld, maar het concept is uiterst eenvoudig. Je maakt een reageerbuis klaar met een oplossing van sucrose, gewone tafelsuiker, die zo is gemaakt dat de oplossing bovenaan licht is, maar geleidelijk zwaarder wordt, of dichter, naar de bodem toe. Ondertussen kweek je de cellen waarvan je denkt dat ze je retrovirus bevatten. Als je gelijk hebt, zullen retrovirale deeltjes vrijkomen uit de cellen en in de kweekvloeistoffen terechtkomen. Wanneer je denkt dat alles klaar is, decanteer je een monster van de kweekvloeistof en breng je voorzichtig een druppel aan bovenop de suikeroplossing.

Vervolgens laat men de reageerbuis met zeer hoge snelheid ronddraaien. Hierdoor worden enorme krachten opgewekt en de deeltjes in die druppel vloeistof worden door de suikeroplossing geperst tot ze een punt bereiken waar ze door hun drijfvermogen niet verder kunnen doordringen. Met andere woorden, zij drijven langs de dichtheidsgradiënt omlaag tot zij een punt bereiken waar hun eigen dichtheid dezelfde is als die van dat deel van de suikeroplossing. Als ze daar aankomen, stoppen ze, allemaal samen. Om virologisch jargon te gebruiken, dat is waar ze zich binden. Retrovirussen vormen een band op een karakteristiek punt. In sucrose-oplossingen vormen ze een band op een punt waar de dichtheid 1,16 g/ml is.

Die band kan dan selectief worden geëxtraheerd en gefotografeerd met een elektronenmicroscoop. De foto wordt een elektronenmicrografie of EM genoemd. Met de elektronenmicroscoop kunnen deeltjes ter grootte van retrovirussen worden gezien, en aan de hand van hun uiterlijk worden gekarakteriseerd.

CJ: Dus, onderzoek met de elektronenmicroscoop vertelt je welke vis je hebt gevangen?

EP: Niet alleen dat. Het is de enige manier om te weten of je een vis hebt gevangen. Of wat dan ook.

CJ: Hebben Montagnier en Gallo dit gedaan?

EP: Dit is een van de vele problemen. Montagnier en Gallo gebruikten wel density gradient banding, maar om de een of andere onbekende reden publiceerden zij geen Ems [foto’s] van het materiaal bij 1.16 gm/ml…dit is nogal raadselachtig omdat in 1973 het Pasteur Instituut een bijeenkomst organiseerde die werd bijgewoond door wetenschappers, van wie sommigen nu tot de leidende HIV-deskundigen behoren. Op die vergadering werd de methode voor de isolatie van retrovirussen grondig besproken, en het fotograferen van de 1,16 band van de dichtheidsgradiënt werd als absoluut essentieel beschouwd.

CJ: Maar Montagnier en Gallo publiceerden wel foto’s van virusdeeltjes.

EP: Nee. Montagnier en Gallo publiceerden elektronenmicrofoto’s van kweekvloeistoffen die niet waren gecentrifugeerd, of zelfs maar gescheiden van de kweekcellen, wat dat betreft. Deze EM’s bevatten, naast veel andere dingen, waaronder de kweekcellen en andere dingen die duidelijk geen retrovirussen zijn, een paar deeltjes waarvan Montagnier en Gallo beweerden dat het retrovirussen waren, en die allemaal behoorden tot dezelfde retrovirale soort, die nu HIV wordt genoemd. Maar foto’s van ongezuiverde deeltjes bewijzen niet dat die deeltjes virussen zijn. Het bestaan van HIV werd niet vastgesteld door Montagnier en Gallo — of door wie dan ook sindsdien — met behulp van de methode die op de bijeenkomst in 1973 werd gepresenteerd.

CJ: En wat was die methode?

EP: Alle stappen die ik u zojuist heb verteld. De enige wetenschappelijke methode die bestaat. Kweek cellen, vind een deeltje, isoleer het deeltje, maak het kapot, zoek uit wat erin zit, en bewijs dan dat die deeltjes in staat zijn om meer van hetzelfde te maken met dezelfde bestanddelen wanneer zij worden toegevoegd aan een kweek van niet-geïnfecteerde cellen.

CJ: Dus vóór de komst van AIDS was er een beproefde methode om het bestaan van een retrovirus aan te tonen, maar Montagnier en Gallo volgden deze methode niet?

EP: Zij gebruikten enkele van de technieken, maar zij ondernamen niet elke stap, inclusief het bewijzen welke deeltjes, als die er al zijn, zich bevinden in de 1,16 g/ml band van de dichtheidsgradiënt, de dichtheid die retrovirale deeltjes definieert.

CJ: Maar hoe zit het dan met hun foto’s?

EP: De elektronenmicrofoto’s van Montagnier en Gallo… zijn van hele celculturen, of van ongezuiverde vloeistoffen uit culturen…”

—einde van interview uittreksel–

Als je de essentie van deze discussie begrijpt, zul je zien dat er alle reden is om te twijfelen aan het bestaan van HIV, omdat de methodes om het bestaan te bewijzen niet zijn gevolgd.

En zo…zoals ik de afgelopen maanden heb gemeld, is er alle reden om te twijfelen aan het bestaan van het COVID-virus en het te verwerpen, omdat er nooit correcte grootschalige elektronenmicroscoopstudies zijn gedaan.

Ik hield het Christine Johnson interview, en andere soortgelijke informatie, in gedachten toen ik, bijvoorbeeld, de nep-epidemieën genaamd SARS en 2009 Mexicaanse griep onderzocht.

Hoeveel virussen zijn er niet genoemd als veroorzakers van ziekten, terwijl die virussen in feite nooit zijn geïsoleerd of bewezen dat ze bestaan?

Natuurlijk zullen conventionele-consensus onderzoekers en artsen spotten met elke poging om deze kwesties aan de orde te stellen. Voor hen is “de wetenschap beslist.” Dat betekent: ze willen niet nadenken. Ze willen de zaak niet oprakelen.

Een paar jaar geleden stuurde scheikundige David Rasnick een verzoek naar de CDC, waarin hij vroeg om bewijs waaruit bleek dat het ebolavirus ooit bij een mens was geïsoleerd. De antwoorden die hij kreeg, kwamen niet in de buurt van een zekerheidsniveau.

Na 30 jaar als verslaggever te hebben gewerkt op het gebied van diepgaande fraude met medisch onderzoek, heb ik gezien dat valse wetenschap in niveaus voorkomt.

Hoe dieper je gaat, hoe vreemder het wordt. Om het anders te zeggen: hoe dieper je gaat, hoe erger het wordt.

Jon Rappoport

Vertaling: Martien