Duimen of Denken? Deel 5 van 7 / Peter Verellen

Duimen of Denken?
Deel 5 van 7
Door Peter Verellen
Terwijl je zichtbaar onbeweeglijk ligt, en daar niets ligt te doen, zou je hier als je wil ernstig aan het werk kunnen zijn. Waar je in zithouding, nog je kracht dient te gebruiken, om niet omver te vallen is dat bij de lijkhouding zelfs niet meer nodig. Je kan alles laten doorliggen. Er dient geen enkele spier gespannen te zijn. Wat je nu kan doen is met je eigen aanwijzingen of via de stem van iemand anders enkel en alleen dat te voelen wat er gedacht of gevraagd wordt. Slechts dat en niets anders. Voel je rechterarm. Jij bent eigenlijk weg en slechts je rechterarm ligt nog op de mat, en alleen dat voel je. Ik geef uiteraard weer slechts een voorbeeld. Iemand die er in slaagt om deze controle over het lichaam met sprekend gemak uit te voeren is vanaf nu in staat om stil te zitten. Anders niet? Probeer het, of met betere woorden, test het uit. Ga zitten, concentreer je bijvoorbeeld op je ademhaling en kijk hoelang het duurt, vooraleer je afgeleid wordt door een beweging. Je gaat een beweging altijd opmerken, omdat je verbonden bent met het lichaam. Pas wanneer je kunt loslaten, ga je voelen dat het lichaam er niet meer is. Je voelt het niet meer. Dan ben je klaar om tot een concentratie te komen. Loslaten, laat het los. Moderne psychologie. Het loslaten.

Vooraleer je iets kunt loslaten, moet je het eerst vast genomen hebben. Hoe kun je iets loslaten dat je nog nooit vastgehouden hebt? Er is een probleem. Laat het los. Neen, duik er in, leer het kennen en dan als je het door en door kent en weet wat het is, dan is loslaten, het oplossen. Los het op, en niet, laat het los. Loslaten is zoals wachten op de genade. Doe er iets mee en laat het nadien los. Het afscannen van het lichaam,  zoals ik het noem, is ook een goede oefening voor de meditatie die er staat aan te komen. Meditatie is de voortdurende aandacht, die overgaat in zuiver concentratie, nadien éénpuntig wordt vastgehouden, tot jij als het ware “overgenomen wordt”. Hier grijp je niet meer in. Het begint echter met een actie, deze van je aandacht die je op “iets” richt. Stel dat je nu bij het lezen van het vorige zou denken. Jawadde, als ik me zo veel met mijn lichaam zou bezig houden, waar blijft dan mijn meditatie? Je aandacht op je lichaam richten is net het trainen van deze aandacht. Ze is nog niet éénpuntig, maar ze is er wel, al wordt ze nu verdeeld. Weer dezelfde vraag. Hoe zou je je aandacht of je concentratie kunnen richten op één punt als er geen aandacht of concentratie is? Doe even een test met je ogen open. Bekijk een boom. Wat zie je? Of beter wat merk je op? Stel je voor dat je als training één minuut een boom bekijkt. Nadien ga je overdenken wat je gezien hebt. In het begin, ga je veel van die boom gezien hebben. Van het ene naar het andere, en dat mocht je doen, want ik had je gevraagd, bekijk een boom. Bekijk nu één minuut een tak. Dan een blad. Met andere woorden verklein je gezichtsveld keer op keer. En vergroot de tijd, die je hier aan besteedt. Hoe snel slaat de verveling toe? Valt het je op dat er bij het bekijken van een hele boom nog niets gebeurt dat je niet zou kennen of meegemaakt hebt? Test dit zelf uit, ik sla enkele stappen over en ga naar het kleinste onderdeel van de boom dat je nog duidelijk kan zien en bekijk dit voor een tiental minuten. Je neemt het als het ware vast met je ogen. Nu zou het kunnen dat je “het knipperen” van je ogen vervelend vond. Het stoorde ergens je aangehouden blik of enigszins was het vervelend omdat de concentratie als het ware steeds voor een stukje terug onderbroken werd. Indien je dat voelt is het goed nieuws, want je was nu je concentratie of althans je aandacht aan het opbouwen. En toch stoorde er iets. Dat iets, dat zou je een “beweging” van het lichaam kunnen noemen. Iets verbreekt de stroom van deze voortdurende aandacht en dat was de beweging van je lichaam. En nu ga ik verder. Je woont in een lichaam, maar je bent je lichaam niet. Je lichaam is een voertuig waar “jij” tijdens je verblijf in plaatsneemt. Dat bedoel ik met “loskomen” van je lichaam.

Iemand kan je zien zitten, dat wel, maar jij voelt niet wat iemand anders ziet. Je voelt, of zou kunnen voelen, louter nog de energie van je eigen lichaam. Nu ben je in een toestand om de meditatie aan te vatten. Wanneer je het lichaam niet meer voelt, dan kan je er aan beginnen. Het mag gezegd zijn, dat dit enige vorm van training vereist, maar dat maakt het ook zo boeiend. Hoe lang kan je geboeid naar een blad blijven kijken, als je dat zelf wil? Niet omdat ik het nu vraag, maar indien je het zelf wil. Als oefening dus. Hoe snel geraak je verveeld? Net zolang als je “zitten” zou kunnen duren. Stel, dat je na tien minuten een blad  bekijken, het wel gehad hebt, met dat stom blad, dan kan je met je ogen toe ook maximum deze tien minuten in concentratie blijven, als je er al was ingeraakt. Je zou dus maximum tien minuten je aandacht er bij kunnen houden. Indien je de ogen sluit is het wel veel makkelijker om de aandacht vast te houden, omdat je van het geknipper vanaf bent. Maar weer hetzelfde. Je kan twee dingen doen, gaan zitten en wachten, of je trainen zoveel en zover je het zelf kan. Begin met minuten. Bouw langzaam op. Geniet van elke sessie. Kom je met een subtiele glimlach uit je “meditatie” dan was het een goede. Trouwens, er bestaat niet zoiets als een slechte meditatie. Elke minuut die je ooit spendeerde aan het leren concentreren heeft zijn waarde. Je aandacht richten op iets heeft zijn waarde. Er is dus moeilijk een waarde te plakken op een meditatie. Iemand anders kan het nooit beoordelen, wees daar maar zeker van. Ga je niet bezig houden met het maken van tekeningen, zodat iemand anders zou kunnen verklaren welke hoogte je nu al bereikt hebt in je meditatie. Natuurlijk doe je weer wat je wil, maar ik zou het je niet aanraden, dat wilde ik zeggen. Indien je lichaam stil kan zitten en je hebt kennis gemaakt met je “aandacht” dan kan je beginnen met het opbouwen van je meditatie, om dan na een tijd inderdaad “alles los te laten”. Stap na stap.
Bij de aanvang van meditatie of het zitten in stilte geef ik altijd de raad om te beginnen zonder doel. Spreek ik nu mezelf tegen? Ik zeg meestal toch dat alles een doel moet hebben. Ik verklaar. Vergelijk even de “gedachten” als een hele hoop wilde paarden. Jij wil die onder controle krijgen. Het beteugelen van de “wilde paarden”. Klinkt niet slecht vind ik, als vergelijking. Zoals ik dikwijls zeg. Neem dit zo letterlijk mogelijk en tracht het te verklaren met je eigen gekende woordenschat. Zou jij in staat zijn om deze “wilde paarden” als beginnend “temmer” allemaal tesamen getemd te krijgen? Ik denk het ook niet. Leer deze paarden kennen. Laat ze vrij in hun wild zijn. Grijp niet in en bekijk het vanop een afstand. Wat wil dit nu zeggen in de praktijk. Er komt een gedachte op en je weet dat ze er is, je bekijkt ze dus wel, maar je denkt er zelf niet op door. Merk je op dat je er wel op doordenkt. Zeer goed, dan laat je deze terug los en bekijkt alles terug vanop een afstand. Hier zijn geen “goede of slechte” gedachten. Wees nooit ontmoedigd door gedachten die niet zo mooi lijken. Het alle richtingen laten opgaan van deze wilde paarden is ook een “doel” op zich, je hebt het op voorhand gesteld en nu laat je gebeuren, om de paarden op hun gemak te stellen. Je wilt ze niet overmeesteren, of direct temmen, neen, je aanschouwt het hele gebeuren. Je stelt hen gerust. Jij bent er slechts om te kijken. Je zou ook als voorbeeld de gedachten van iemand anders kunnen bekijken. Je ziet gedachten, maar je geeft ze geen”titel” als de jouwe. Of nog anders gezegd, jij bent een camera, en door deze camera zie je hoe er dingen zich afspelen. Hoe minder je hier in betrokken geraakt, hoe vlotter het zal gaan. Je zult zien dat de vele wilde paarden, waar je schrik van zou krijgen, ook niet allemaal weerkeren. Ze zijn op hol geslagen en niet weer gekeerd. Deze hoef je dus niet meer te temmen, daar ben je al vanaf. De anderen gaan spoedig rustiger en rustiger worden. Laat dan de training beginnen, je mag al in hun buurt komen, je mag hen al aaien en wanneer je voelt dat ze getraind willen worden, dan kan nu je concentratie stap voor stap verdiepen. Net zoals met je ego, ga je beste vrienden worden met je paarden. Je gaat ze niet meer wild vinden op den duur, je gaat er op uit zijn, dat de moment weer daar is dat je ze mag berijden. Wanneer jouw uur van meditatie aanbreekt laat me zeggen, staan zij klaar om getemd te worden. Je laat hen doen wat jij wil, of beter gezegd denkt dus, en zij vinden het leuk. Elke dag opnieuw, keer op keer. En waar er paarden verdwijnen is het mogelijk om meer tijd met de anderen door te brengen. Het worden er steeds minder en weer leer je hen beter kennen. En op den duur ga je zien dat jouw ego op jouw paarden zit die jij getemd hebt. Dan bepaal je de meditatie zelf. Dan kan je zeggen over een onderwerp. Ik ga hier eens over mediteren. Dan kan je zeggen, ik ben in meditatie. De stapjes daar naartoe zijn echter allemaal even boeiend.
Om meditatie op een nog andere manier uit te leggen ga ik weer even naar de basis. Het controleren van de gedachtengolven in de mind. Neem dit weer zo letterlijk mogelijk. Waar zijn er golven? In het water toch? Stel je de wilde paarden voor als een onstuimige zee. Dat zou de mind kunnen zijn van een onrustig persoon. Toch? Hiervoor heb ik al genoeg uitgelegd over het beter maken van jezelf als persoon, dus je golven gaan automatisch rustiger worden. We gaan verder, onze paarden zijn getemd en in volledige rust. Een stilstaand water dus als vergelijking. Ik neem een klein steentje als een gedachte. Ik werp dat in het spiegelgladde water. Wat gebeurt er? Een verplaatsing van kleine golfjes, juist? Hoelang? Tot ze aan de kant van het water geraken, tegen het land, zeg maar. Dan stoppen ze. De moment dat ze stoppen zal deze gedachte uitgevoerd worden. Dit was een voorbeeld van een onbewuste, doch een geplaatste actie, want het is ooit gedacht. Neem nu een kasseisteen en gooi die in het water. Wat gebeurt er nu? Grotere golven en minder tijd om aan de kant te geraken. Zij raken ook deze kant met meer overtuiging. Neem nu een rotsblok. Moet ik het verder uitleggen of heb je het begrepen? Hoe bewuster en sterker de geplaatste gedachte, hoe groter het effect. Mag ik dit stellen als conclusie uit het voorgaande? Neem nu hetzelfde meer in gedachten met woeste golven. Ik werp daar een klein steentje in, wat is hiervan het resultaat? Ik zal al met een serieuze steen moeten afkomen om hier effect te zien. Hoe rustiger de persoon in kwestie, hoe rustiger het meer. Hoe hoger de frequentie, de ware kennis of de wijsheid van dit individu, hoe kleiner het meer. De afstand van actie, naar reactie gaat dus kleiner zijn wegens de kortere afstand. Het is dus rustiger en minder groot geworden, de bewuste gedachten gaan dus sneller land raken en dus ook sneller uitgevoerd worden. Er is één zaak waar ik nog niet over gesproken heb aangaande dit fameuze meer en dat is de diepte van het water. Telt dat ook voor iets mee? Ik leg het je graag uit, aan de hand van een voorbeeld uiteraard.
Terug naar de meditatie graag. Stel je voor dat je concentratie standvastiger en éénpuntiger wordt en het wordt meditatie. Dan ben jij als een stilstaand water. Stel je voor hoe zalig zoiets kan zijn. Vrede in rust of zoiets, noem het weer zoals je het zelf wil. Ananda, zaligheid, alle namen zijn weer goed. Stopt het daar dan? Heb ik het “einde” behaald met mijn stilstaand water? Het mooiste moet nog komen. U bent een stilstaand water, tot er iets gebeurt. U bent aan de oppervlakte, of u bent deze oppervlakte, kies zelf maar, en plots ontstaat er in dit water een draaikolk. Heel subtiel begint het water te draaien en de kern wordt alsmaar sterker en sterker. Op een gegeven moment is de draaikolk zo hevig, dat de bodem van het meer geraakt wordt en u zit niet op de oppervlakte, maar op de bodem. U bent op de koffie. Om te praten met God? Nog niet echt. Als beloning voor je harde werk, krijg je eerst antwoord, op een vraag die je ooit gesteld hebt. Het kan zijn, dat je de vraag zelfs niet meer herinnert, en toch krijg je antwoord. Stap voor stap. Op alles wat je ooit wilde weten, over het leven, krijg je een antwoord. Elke keer dat je op visite uitgenodigd wordt, vertrek je weer met meer antwoorden. Hoe meer je uitgenodigd wordt, hoe kleiner en minder diep het meer zal zijn. Uw denken is vele malen krachtiger wegens direct contant naar de oever toe en bij het opkomen van een vraag of situatie is als het ware de draaikolk ogenblikkelijk daar. U zit op de bodem, u voelt de bodem, u bent in rechtstreeks contact met deze bodem. Uw denken is automatisch één met deze bodem. Op een gegeven moment is ook deze verbinding constant. Momenteel zijn er enkelen op Aarde die zich in deze “toestand” bevinden, om jullie te komen helpen en ik ben er daar één van. En de reden van het tot in detail uitleggen van de eventuele te nemen stappen voor diegenen die “op zoek zijn” is contradictorisch, omdat het niet meer nodig is.
Mag ik jullie eerst nog even meenemen naar een kleine dertig jaar geleden in mijn leven. Ik had de eer en het genoegen om een yogameester te ontmoeten en vele van zijn lezingen bij te wonen. Omdat hij absoluut geen voorstander was, van het woord Meester, noem ik hem vanaf nu Guruji. Het viel me op dat zijn lezingen overeenkwamen met mijn gedachtengang. Hij beschreef de zaken zoals ik ze aanvoelde, en voor de eerste keer in mijn leven had ik iemand ontmoet met dezelfde meningen en ideeën. Het boeide mij mateloos. Ik had er een soort hobby van gemaakt, om wat hij zei, verder te zetten in mijn eigen woorden. Dus hij sprak over een bepaald onderwerp en ik was in gedachten bezig met, en nu gaat hij dit zeggen en later dat. Wat ik dacht was steeds correct en soms zelfs woordelijk. Wij dachten hetzelfde. Ook was ik blij dat mijn denken overeenstemde met toch niet de eerste de beste, om het zo maar even uit te drukken. Een Gerealiseerde Meester werd er over hem verteld. Ik had uiteraard al het een en het ander gelezen over deze Zelfrealisatie en telkens ik de kans had was ik daar voor de lezingen. Ik had hem ook al enkele keren gesproken. Iedereen vond dat ik mij moest laten inwijden, maar ik vond het nog te vroeg, ik was niet klaar. Enkele jaren later was ik bij hem op privégesprek en ik vroeg of het mogelijk was om zijn leerling te worden. Ik had hem vele lezingen horen geven en zijn gedrag sprak mij ook aan. Steeds had ik hem heel aandachtig geobserveerd en was er nu van overtuigd dat dit de juiste persoon was voor mij. Waarom heb je zo lang gewacht?, vroeg hij me. Ik was wel overtuigd van u, maar niet van mezelf, zei ik hem. Hoe bedoel je?, vroeg hij me. Er waren nog enkele zaken, die ik wilde aanpakken in mijn gedrag, alvorens me tot u te wenden, zei ik. En waarom zou dat belangrijk zijn, denk je, vroeg hij? Omdat ik u niet graag, figuurlijk dan, een vuilbak zou overhandigen, maar liever een nog te polijsten diamant. Ik vond dat ik moest doen, wat ik kon doen, om mijn karakter te verbeteren, waar mogelijk, alvorens u met wat dan ook te confronteren,zei ik. Mooi, zeer mooi, zei hij me. En dan sprak hij de volgende woorden: Geef mij alstublieft uw diamant. Ik zat op enkele meters van hem vandaan en kroop op mijn knieën dichter naar hem toe, boog mijn hoofd en met beide uitgestrekte armen en vlakke open handen gaf ik hem deze figuurlijke denkbeeldige diamant. Hij stak eveneens zijn open handen uit, nam de diamant in ontvangst, stak hem omhoog, bekeek hem en hield hem dan tegen zijn hart. Lieve jongen, zei hij me, ik ga deze diamant koesteren en we gaan hem doen schitteren, en ik beloof je… het volgende laat ik liever nog tussen Guru en student. Nadien sprak hij nog : Het is inderdaad een ongeschreven wet, dat een leraar slechts kan handelen volgens het gekregen respect en dan zeker bij het vragen om ingewijd te worden. Bij het krijgen van een vuilbak gaat er niet te veel veranderen, daar dienen wij niet voor, laat dat duidelijk zijn.  Toen zaten we daar alle twee met de tranen in de ogen en nu tijdens dit schrijven heb ik het weer.
Een latere ontmoeting. We waren in gesprek en hij vroeg me waarom ik eigenlijk met yoga begonnen was. Hij gaf vele voorbeelden en telkens zei ik, neen, dat is de reden ook niet. Ben je ongelukkig, vroeg hij , of zit je met bepaalde problemen, waar je denkt dat yoga zou kunnen helpen? Neen, zei ik, helemaal niet. Ik mag mij echt wel een gelukkige mens noemen. Ik begrijp niet hoe mensen er in slagen om ongelukkig te zijn, of om problemen te hebben. Misschien wil ik weten, hoe het kan dat er toch ontevreden mensen zijn? En ik mompelde, ja, wat doe ik hier eigenlijk? Hij had het echter gehoord, dat ik me luidop iets afvroeg en hij lachte gezapig. Heb je al veel bijgeleerd tijdens mijn lezingen, ging hij verder? Is dat allemaal nieuwe informatie voor je? Kun je volgen? Begrijp je een beetje waar het over gaat?  Ik wil zeker niet onrespectvol zijn, zei ik, maar dit ligt nogal moeilijk. Het is een beetje eigenaardig. Je bent allesbehalve onrespectvol, antwoordde hij me, wat is er eigenaardig, ik heb je een eerlijke vraag gesteld en ik wil hier een correct en eerlijk antwoord op. Ik zal je niets kwalijk nemen en je hebt respect, dus kan er niets van misverstanden ontstaan tussen ons. Spreek nu ongeremd graag. Het eigenaardige, zei ik, is de vaststelling dat ik op voorhand weet wat jij gaat zeggen en als ik een boek lees, is het soms alsof ik hem zelf zou kunnen geschreven hebben. Jij hebt nog niets nieuws gezegd, het zijn allemaal bevestigingen van mijn eigen denken. Het is leuk als beleving, maar iets onbekends heb ik nog maar zelden gehoord of gelezen. Het kan toch niet zo zijn, dat ik al weet wat ik hoor of lees, zei ik, dat is best een verwarrend gevoel. Het is alsof ik ben, waar ik zou willen geraken. Ik zou dus willen worden wat ik ben. Heeft iedereen dan dat gevoel, het lijkt me eigenaardig, om het zacht uit te drukken. Mensen in mijn buurt doen yoga voor alle mogelijke redenen, daar heb ik er geen een van. Ik ben een volkomen tevreden persoon en mag me volwaardig gelukkig noemen, wat zoek ik dan? Weer begon hij zijn antwoord met een warme glimlach. Lieve jongen, sprak hij, waar twijfel je toch aan, waarom zou dat niet kunnen? Leeftijd heeft niets te maken met een mogelijke evolutie, als je mijn zinnen kan afmaken en hele lezingen overeenkomen met jouw denken, dan zijn wij gelijk toch? Nu lachte ik weer.Dat is mooi gezegd, zei ik, maar wij zijn niet gelijk aan elkaar, jij bent een gerealiseerde meester en ik niet, dat vind ik toch een serieus verschil. Zou het Licht dat jij gezien hebt, anders zijn dan het mijne? Zou de God die jij dus gevoeld hebt, anders zijn dan de mijne? Zou de kennis en de waarheid die ik binnen krijg anders kunnen zijn dan de jouwe? Ik weet even veel dan jij en jij weet even veel dan ik, dat is gelijk. En toch, sprak ik,is er een verschil. Ik heb u verteld over een meditatieve ervaring, die had u ook meegemaakt, want u hebt me de verdere gebeurtenissen tot in detail verteld. Ik weet niet hoelang u in het Licht gezeten hebt, of hoe het aanvoelt, bij mij was het echter maar als in één seconde, ik ben letterlijk weggetrokken uit de ervaring. Wat is hier dan fout gegaan, wat zou ik verkeerd kunnen gedaan hebben, dit houdt me wel bezig. Lieve jongen, sprak hij terug, jij weet net zo goed als ik dat je niets fout zou kunnen gedaan hebben, hier kon jij niet ingrijpen, het gebeurde gewoon. Wij zijn gelijk aan elkaar, het enige verschil dat er nog is waar je over spreekt is het feit dat jij een tijdelijke ervaring gehad hebt en dat deze bij mij constant is. Jawadde, hoorde ik mezelf zeggen. Wat betreft kennis is er geen verschil, het enige wat anders is, dat is het gevoel dat we hebben. Wat betreft de uitvoering, ik herhaal, zijn wij gelijk aan elkaar. Ons denken werkt identiek. Voor het niet voleindigen van de ervaring heb je zelf gekozen en de reden heb je al kenbaar gemaakt. Er trachten achter te komen waarom mensen niet gelukkig zijn. Je bent inderdaad waar je wil zijn, je hebt er voor gekozen om nog een taak te volbrengen op Aarde. Dat heeft echter niets te maken met deze of met mijn tijd. Om later veel uitleg te kunnen geven ga jij de weg als het ware andersom afleggen. Je gaat ooit veel schrijven en dan mag je alles wel vertellen uiteraard. Voor de rest zou ik je willen vragen om hier met niemand over te spreken. Er is toch niets meer te doen, alleen wachten tot jouw tijd daar is. Je bent gekomen om velen te beschermen en hen van de nodige informatie te voorzien. Wanneer jouw tijd daar is ga je begrijpen wat ik hier nu bedoel. Jij gaat een leven tegemoet waar je voor gekozen hebt. Volledig achter de schermen in een totale onbekendheid, met de nodige kennis nu al op zak. Bij een Nieuwe Tijd, ga jij opstaan, niet vroeger. Wat moet of kan ik dan ondertussen doen, vroeg ik? Hij nam het tapijt, dat voor ons lag, bij de hoek vast, hefte het op, maakte een zwaaibeweging met één arm, onder de mat en zei : Wees nederig als het stof, veeg jezelf onder de mat, en verstop je daar tot je zelf zult weten dat jouw tijd is aangebroken. Die tijd heeft niets meer met de mijne te maken. Je hoeft dus aan niemand toelating te vragen. Het gaat beginnen met schrijven. Hou je niet in en laat alles gebeuren wat je denkt te kunnen doen, de steun zal groot zijn. Ik begreep er niets van. Ik schrijven, zei ik al lachend, dat zie ik echt nooit gebeuren.
Wordt vervolgd