“Bevrijding”

Ter Uitdraging aangeboden door Astrid:

“BEVRIJDING”

9 Oktober 2019

  “Ze kijkt mij aan.

Haar blauwe ogen staan vól met Tranen en ze zegt met een Bevend Stemmetje:
“En ík dan?
Wanneer kom ík nu aan de Beurt??
Ik heb zó héél erg mijn Best gedaan … ”

Ik bemoedig haar.
“Je hebt gelijk, ik ga jou nú de Ruimte geven, je bent er hard aan tóe.
Je hebt zó lang gevangen gezeten in mijn Harnas, je stikt er bijna in.
Er moet nú Duidelijkheid komen.
Je màg zingen, je màg huilen, je màg lachen, je màg boos zijn, je mag àlles zijn wat je maar wílt ..
En hoeft jezelf niet meer klein te houden.
Jíj bent nu aan Bod.
Jíj mag nu gezíen worden, je wacht er al zó làng op …
Jíj mag nu zingen, “poesje miauw” voor de microfoon, zoals je deed toen je zo ongeveer 4 jaar oud was.”

Het was in de Pelikaankerk in Leeuwarden, wij woonden in de aangrenzende woning want papa was koster en verzorgde de kerk.
Ik vond het pràchtig om daar te wónen; je kon, zonder dat je naar buiten hoefde, binnendoor “zomaar” de kerk binnenlopen en dat was heerlijk!
De gebrandschilderde glas-in-lood ramen, ik zie nóg hoe papa de ramen waste met behulp van een lange stok … ik keek er aandachtig naar.
Mijn kleine zusje Petra hobbelde ook rond in de kerk, wij schelen 3 jaar dus zij was nog èrg klein, en ergens in de kerk stond de emmer met sop voor de ramen en zij viel er pardoes met haar luierkontje in!

Ik moest zó lachen …

Of die keer dat zij in de keuken de Frolic hondenbrokken opat … ik zie haar nóg zitten, op haar luierkontje, heerlijk genietend, naast de hondenvoerbak … zij at er smakelijk van!

Maar ik dwaal af … terug naar de kerk die zo groot en ontzagwekkend was …
Bovenin de kerk het orgel; daarvoor moest je via een gangetje een stijle trap op om er te komen .. het orgel waar papa wel eens op speelde in zijn vrije tijd.
Als hij het orgel bespeelde zat ik er wel eens naast, hóe mooi was dàt …
Samen op het bankje achter het orgel, het maakte diepe indruk op mij …

De lantarens boven de deuren, de Lichtpuntjes in de Duisternis.

Het podium, statig en voornaam, en daar stond de man die de bandrecorder testte voor de Dienst van de komende zondag.
Hij stelde hem in, sloot de microfoon aan en vroeg mij: “Wil jij een liedje zingen?”
Ik knikte verlegen “ja”.
Hij vroeg: “Wat wil je zingen?”
Ik antwoordde: “Poesje miauw”.
Hij bemoedigde mij: “Toe maar.”
Toen zong ik, vól trots dat ík aan de beurt was en in de microfoon mocht zingen:
“Poesje miauw, kom eens gauw, ik heb lekkere melk voor jou, en voor míj, rijstebríj, oo wat heerlijk smullen wij … “
Toen het klaar was spoelde de man de band terug en speelde het gezongen stukje weer af.

Ik hoorde mezelf zingen …

Het Gevoel van tóen: díe Trots, díe Vrijheid van Zingen …!
Ik zal het nooit meer vergéten, géén Belemmeringen, géén Verlegenheid meer toen ik eenmaal zong, géén Angst om te Falen …

Ik was “gewóón” mezèlf, zonder één Spoortje van Schaamte, zónder me àf te vragen of ik wel goed genoeg was of dat mijn haar wel goed zat of dat ik misschien weet ik wat was …
Nee … ik was Astrid en zong in àlle Vrijheid, overtuigd van mijn Eigen Kunnen …

En daarná was dat Gevoel voorbíj.
In die zin ik ben het nooit meer tegenkomen in het Leven wat ik tot op de dag van vandaag leef.
Zomaar verdwenen, het heeft me nooit meer vergezeld …
Daarvoor in de plaats was gekomen een Diep Verdriet van niet-begríjpen, Verlatingsangst, Faalangst en Eenzaamheid.

… Nú staat ze plotseling weer vóór me, haar ogen vól Tranen en Dapper vraagt ze:
“Wanneer ben ík nu aan de Beurt en mag ik weer onbevangen zingen?…
Wanneer mag mijn Hart weer Gelukkig zijn, oprecht gelovend in Vreugde, Vrijheid en Vrede?
Want ik verlàng er zo naar … ”
Ze ís èn blíjft zó Dapper, mijn Innerlijk Kind die ik zó liefheb; ze staat naast me, terwijl ik aan mijn bureau zit te schrijven, gaat op haar teentjes staan en slaat haar armpje om mij heen:
“Samen kunnen wij àlles áán, dat wéét je wel hè …
Jíj hebt gevochten voor míj, ík heb gevochten voor jóu …
en dáárdoor zullen we nú overwínnen!
Ónze Tijd is nú gekómen … ”

Dàn sluit ik mijn Innerlijk Kind in mijn armen, mijn Ontroering is groot:
“Jíj mag er Zíjn.
Jíj bent wie ík altijd had willen zíjn … “

uit: “Op Weg naar Jezelf deel II”

https://bureaunurlaila.nl/